Henk De Nijs Jr. aan het woord:


Français  Deutsch  Deutsch  български  српски  Hrvatski  Dansk  Svenska  Türk  Suomi  Norsk  Italiano  English  English  русский  日本語  Polski  Slovenski  český  Român
 

“Ik ben als jochie van 10–11 jaar begonnen met worstelen; mijn vader was trainer. Mijn opa had een ijssalon op de Nicolaasweg en daar om de hoek woonde mijn vriendje Joop van Beurden en mijn neefje Joop van Veltum, die ook op het worstelen zaten, of kwamen. Ze noemden ons (omdat we altijd samen waren): Rood, Wit en Blauw. Ik begon te worstelen in het Vedergewicht (62 kg.) en mijn eerste wedstrijd was (echt nog als een jochie!) in het Trianon in Utrecht. En ja, die eerste wedstrijd verloor ik. Na de oorlog doorgekomen te zijn en worstelend met wisselend succes, moest ik na de oorlog naar Indonesië. Daar op Java heb ik geworsteld tegen de TANJABI, een zogenaamd onverslaanbare Chinees/Javaan. Die gaf eerst voor duizenden mensen en soldaten een demonstratie in het buigen van hoefijzers, draadnagels en kroonkurken. Hij liet een plaat op zijn borst leggen, waarna er een auto overheen reed. Toen de wedstrijd begon en hij op me afkwam, dook ik onder zijn arm door en gooide hem in precies 14 seconden op zijn rug! Later wilde hij revanche, maar ik keek wel uit!

In Indonesië kwam ik ook nog andere worstelaars, zoals Leo Piek van mijn eigen club tegen, van Zuilekom uit Culemborg en Kees Verdonk uit Amsterdam. Na mijn terugkomst uit Indonesië begon mijn beste tijd. Dat was rond 1951–1952. Na eerst in die periode tweede te zijn geworden werd ik in 1953 in De Haag Kampioen van Nederland in de gewichtsklasse waarin Klaas de Groot uit Krommenie jarenlang heer en meester was geweest! Samen met mij had De Halter in dat jaar Kampioenen van Nederland in 6 van de 8 gewichtsklassen!!! Mede doordat ik werd geteisterd door 40 graden koorts, verloor ik in die tijd één competitiewedstrijd. Op het Internationale vlak werd ik nog eens tweede achter de toenmalige Oympisch Kampioen. Mijn absolute hoogtepunt kwam in 1956, toen ik in twee gewichtsklassen Kampioen van Nederland werd.”

Henk de Nijs Jr. - Dubbel K.v.NL Henk de Nijs Jr.

In 1953 werd Henk de Nijs Jr. Kampioen van Nederland in twee gewichtsklassen namelijk: Zwaarmidden- en Middengewicht. Na maar liefst 12 kilo te hebben afgetraind werd ik eerst kampioen in het Zwaarmiddengewicht, om vervolgens af te trainen naar het Middengewicht. Uit die tijd herinner ik me het vasten en het dik aankleden tijdens het werk; bij wijze van spreken stonk ik waar ik stond. De laatste dagen alleen nog maar een slok water drinkend en een ui etend. Maar het was alle moeite waard! Daarna kreeg ik het te druk met mijn zaak en het werk en kwam worstelen op de tweede plaats. Ik ben ongeveer gestopt in 1958. Het worstelen op de kampioenschappen was altijd erg zwaar, vooral als er 5 of 6 Amsterdammers in je gewichtsklasse zaten; vaak was er dan sprake van combine. Maar als ik terugkijk op mijn worstelcarriëre dan was die goed. Toch denk ik dat, als mijn vader tennisser was geweest, ik waarschijnlijk dàt was gaan doen.

Van Truus de Nijs - de zuster van Henk de Nijs Jr. - en eerste echtgenote van Willem van Hanegem, is nog het volgende opgetekend: “Uit de tijd van het aftrainen voor die bewuste Kampioenschappen, zie ik mijn broer nog lopen en trainen in de gang van ons huis. Meerdere trainingspakken over elkaar en maar zweten, Dat vond ik zo zielig! Bijna niet eten, hard trainen en dan ook nog hard werken En dan die befaamde reis naar Denemarken en Zweden in 1948. Op 16 Juli vertrok De Halter naar het hoge noorden, waar de selectie de eerste wedstrijd wachtte tegen THOR in Kopenhagen. De ploeg kwam op de mat in de volgende opstelling: Henk de Nijs Sr.; Sjeffie de Jong; Joop van Beurden; Steef Plomp; Joop van Veltum; Louis van der Pijl; Joop de Nijs en Cees Hooft. De wedstrijd werd verloren met 6-2. De volgende dag worstelde de ploeg tegen DAN-Kopenhagen, met Henk Hooft in de selectie inplaats van de geblesseerde Joop van Veltum. Ook deze wedstrijd werd met 6-2 verloren. De Halter vertrok daarna naar Falkenberg in Zweden, waartegen een gevoelige 8-0 nederlaag werd geleden. Dat bewees tevens op een welk formidabel niveau de Scandinavische landen in die tijd stonden. Desalniettemin draaiden de Halterjongens, zonder uitzondering, geweldige partijen! Met name Jo de Nijs verloor pas in de allerlaatste minuut van G. Svendson, lid van de Zweedse Olympische ploeg. Een grootse partij, waarvoor het Zweedse publiek met recht op de banken ging. Meer dan verdiend kreeg Jo de Nijs na afloop dan ook de Stijlprijs (een prachtige schaal) uitgereikt.”

De daarna volgende wedstrijd was op het strand in Galtenbach. De eindstand van 4-4 kwam als volgt tot stand: (Overigens gezamelijk verteld door: Joop van Beurden; Jo de Nijs en Henk Hooft):
Henk de Nijs Sr. moest tegen E. Johanson. Een boom van een kerel en Ome Henk begon dan ook tamelijk nerveus aan de partij. In de eerste 6 minuten gebeurde er niets. De Zweed moest als eerste 3 minuten in kniebrug plaatsnemen. Ome Henk drie minuten lang rukken en plukken, maar er gebeurde niets. De Zweed keek af en toe eens achterom,om te zien wat 'ie daar aan het doen was. Maar Henk de Nijs kreeg er maar geen beweging in. Toen Henk echter in kniebrug. Johanson deed op zijn gemak zijn pakje eens goed, pakte Henk om zijn middel, legde hem op zijn schouders en begon in het rond te draaien. Henk, een beetje misselijk en angstig tegelijk riep volgens de omstanders om hulp en zijn moeder (Dat waren natuurlijk de Halterleden, die net deden of zij hem niet verstonden en dubbel lagen van het lachen!). Johanson stopte met draaien en legde Henk rustig op zijn rug. Die gaf hem een hand om daarna vloekend en misselijk in de kleedkamer te verdwijnen, de overige Halterleden schaterlachend achterlatend.

Terug in Kopenhagen worstelde De Halter tegen HUSUM. Die wedstrijd werd afgesloten met winst, 5-3.