Epiloog


Français  Deutsch  Deutsch  български  српски  Hrvatski  Dansk  Svenska  Türk  Suomi  Norsk  Italiano  English  English  русский  日本語  Polski  Slovenski  český  Român
 

Met de verschillende rubrieken en de vele foto's heb ik, Gerard Ram, niet alleen de geschiedenis voor u zichtbaar willen maken van de eigen worstelcarrierre, doch eveneens en vooral van talloze Nederlandse krachtsporters in de vorige eeuw.


Nu, in mijn laatste levensjaren (inmiddels 84 jaar geworden!) wil ik ter afsluiting, eigenlijk voor een laatste keer terugkijken op alles wat ik met u (als lezer van de website) in een overvloed aan foto's en verhalen heb willen delen.

In dit slotwoord wil ik de lezer ook nog deelgenoot maken van enkele anekdotes c.q. gebeurtenissen welke ik toch niet onvermeldt wil laten. (Hoewel hier de term 'anecdote' wordt gebruikt, is in sommige van deze verhalen nauwelijks sprake van een grap of humor.

Wereldkampioenschappen

Één van de dingen die ik nooit duidelijk heb gemaakt op mijn website, is het soms grote klasseverschil dat ik constateerde tussen West- en Oost-Europese worstelaars. Pijnlijk duidelijk werd mij dat al in 1963 toen ik voor Nederland, in de Vedergewichtklasse (63 kg.) in het Zweedse Helsingborg deelnam aan de Wereldkampioenschappen Worstelen Grieks-Romeins.

In die week van 1 t/m 4 juli werd mij al snel duidelijk dat de worstelaars uit het Oostblok op de één of andere manier sowieso al beschikten over een surplus aan pure lichaamskracht. In die periode durfde ik mij - met Nederlandse vedergewichten als Henk Emo en Jan Stijlaart - tot de fysiek sterkste worstelaars in deze klasse te rekenen.

Eigenlijk vond ik het min of meer bizar dat ik daar mensen heb gezien die over drie tot vier keer meer lichaamskracht (b)leken te beschikken! Opvallend waren bijvoorbeeld de worstelaars die voorafgaand aan het Wereldkampioenschap soms 5 tot 6 kg. boven hun latere wedstrijdgewicht zaten! Nog goed kan ik mij herinneren dat de dag ervoor Loek Alflen, enkele deelnemers op de weegschaal ziend, tegen mij zei: "Dat is volgens mij een Lichtgewicht!" Iets wat hij over meerderen zei. Een opvallend voorbeeld daarvan was bijvoorbeeld de Hongaarse Wereld- en Olympisch Kampioen Vedergewicht Imre Polyak. Met 70 kg. op de schaal leek hij dus een uitgesproken lichtgewicht.Op de dag van de officiele weging (na vele uren saunabezoek) kwam hij met precies 63 kg. op de schaal! Moest overigens in de finale (met een onbeslist) de Rus Gennadi Sapunov voor laten gaan.

Maar dat deze Oost-Europeanen (met een verlies van zoveel lichaamsgewicht) in staat zijn tot zulke uitzonderlijke prestaties, is mij altijd een raadsel gebleven. Uiteraard was deze Hongaar niet het enige voorbeeld in dit opzicht, integendeel!

Ik ben dan ook nog altijd van mening dat Nederlandse topworstelaars als o.a. de Utrechtse worstelaars Loek Alflen, Leo Piek, Ab Rosbag, maar ook de Amsterdammer Harry Weitner jr. en noem er nog maar een aantal op, eveneens tot de absolute wereldtop zouden zijn gekomen als zij in een Oostblokland hadden geleefd! Nogmaals, met gemak zou ik nog een aantal namen uit het verleden kunnen noemen die het talent van een topper in zich hadden! Als sprekend voorbeeld daarvan zou ik mijn eigen zoon Ruud Ram kunnen noemen! Bij een groot Internationaal Toernooi in Tsjecho-Slowakije zei één van de daar aanwezige Oostblok-trainers tegen mij: "Laat je zoon twee jaar bij ons achter en we hebben hem bij de absolute wereldtop!" Opnieuw een bewijs, dacht ik, dat wereldtoppers overal worden geboren.

Omdat nooit kon worden aangetoond waarop de prestaties van de Oostblokworstelaars waren gebaseerd, is het altijd onmogelijk geweest hen van enig gebruik te betichten. Veel stof tot nadenken gaf een aantal jaren geleden het dopingschandaal dat aan het licht kwam bij atleten van de D.D.R.

Waar bij mij geen enkele twijfel over bestond was de technische bagage waarover zij zonder uitzondering beschikten. Naast de bepaalde  specialiteit waarover zij beschikten, leken zij voor ons (de Westerse worstelaars) over weinig of geen zwakke plekken te beschikken. Kortom, met onze (zogenaamde) specialiteiten, bleek tegen hen weinig of niets te beginnen. Ik denk ook dat mijn instelling vooraf (nooit opgeven en vechten voor wat je waard bent) mij ervoor heeft behoed dat ik op  touche van een Oost-Europeaan zou verliezen. Intens heb ik er dan ook van genoten dat de Bulgaar Iwan Ivanov (in m'n derde partij), op een gegeven moment in de partij vloekte omdat hij mij maar niet op m'n rug kon krijgen! Later bleek zelfs dat de puntenuitslag van deze partij hem uit de finale heeft gehouden.

Witten-07 incident

Een bizar verhaal (waardoor ik zelfs op het punt heb gestaan mij van de vereniging af te keren) speelde zich - jaren geleden - af in de internationale thuiswedstrijd van "De Halter" tegen de Duitse Kampioen "Witten-07'. Een sterk team met in de gelederen de gebroeders Dieter en Kurt Schudlich, Klaus Rost, Fritz Schrader, Heinz Sperling, Gunther Kowalewski, Heinz Eichelbaum en Gunther Maritschnigg. Uitgerekend in die wedstrijd kwam de Duitse Kampioensploeg zonder Bantamgewicht naar Utrecht. Dat betekende dat Loek Alflen die avond geen tegenstander zou hebben. Zonder dat ik daar enige kennis van had was (buiten mij om!) besloten dat mijn tegenstander in het vedergewicht, Dieter Schudlich, aangekondigd als Vize-Meister Federgewicht van Duitsland, eerst tegen Loek Alflen op de mat zou komen. Volgens Loek omdat Schudlich hem een belangrijkere tegenstander vond dan ene Gerard Ram!!! Twee partijen daarna zou hij dan wel tegen mij op de mat komen.

De Halterleden in 1944
Dieter Schudlich
Vize-Meister Federgewicht?
"Witten-07 (Duitsland)"

Dat Trainer/Coach Henk Hooft zich toen heeft laten verleiden tot deze onsportieve deal, ben ik hem in mijn hart altijd kwalijk blijven nemen. Maar goed, toen ik van deze deal op de hoogte werd gebracht (inwendig kokend!), eiste ik dat mijn partij tegen Dieter Schudlich helemaal aan het einde van de wedstrijd zou worden geworsteld. "Ik wil dat onze vriend Schudlich goed uitgerust is, als hij tegen mij op de mat komt", voegde ik Henk Hooft toe.

Dat de partij tussen Loek Alflen en Dieter Schudlich in onbeslist eindigde, maakte mij nog scherper dan ik al was, waarbij de adrenaline waarschijnlijk tot aan m'n kruin zat! ! Ja, bij voorbaat wist ik het al: "Misschien is hij inderdaad Duitse Vize-Meister , maar ik ga winnen!  Nee, ik ga hem vernederen , zoals hij waarschijnlijk nog nooit in zijn leven vernederd is!!!

Nog steeds herinner ik mij de situatie - voorafgaande aan die partij - waarin hij en ik zich op de partij voorbereidden in de kleedkamer. Een van de jongens zei later tegen mij: "Gerard, je leek op dat moment wel een roofdier!" Het einde van het verhaal is dat Schudlich binnen een minuut weer in de kleedkamer zat! Hij vloog namelijk al meteen in mijn linkse armzwaai en ook op zijn rug! Later besefte ik dat het een ongelofelijke explosie moet zijn geweest en dat ik waarschijnlijk nog nooit eerder zo'n supersnelle armzwaai had genomen.

Oh ja... Schudlich wilde meteen daarna weer met mij de mat op! Want zoals ik misschien nog nooit zo'n snelle armzwaai had genomen, had hij waarschijnlijk nog nooit zo snel met zijn beide schoudertjes op de mat gelegen. Nou, dat feest ging voor hem natuurlijk niet door! Maar God, wat was mijn wraak zoet!!! Voor Loek Alflen zullen de druiven op dat moment wel erg zuur zijn geweest!



De partijdige scheidsrechter

Een ander voorval dat mij is bijgebleven heeft, merkwaardig genoeg, eveneens te maken met Witten-07. In een internationale clubontmoeting van De Halter tegen Witten-07. De Duitsers zouden voor hun thuiswedstrijd tegen ons voor het eerst de Turkse Olympische- en Wereldkampioen Vedergewicht (Vrije Stijl), Müzahir Sille in de gelederen hebben.

Gerard Ram bij Witte 07 toernooi Gerard Ram - Kampioen van Nederland Vedergewicht 1963 Müzahir Sille bij Witte 07 toernooi Müzahir Sille - Wereld- en Olympisch Kampioen

Zaterdagmiddags bij het stamlokaal van Witten-07 aankomend, kreeg ik van een van de bestuursleden de sportpagina van de plaatselijke krant onder de neus geduwd met de kop: "Sille gegen Ram klarer favorit!" Eigenlijk was dat natuurlijk een logische kop! Maar wat bij mij de lont in het kruitvat stopte, was de opmerking van de man: "Du bist gar ohne chanze!" Opgeladen tot in elke vezel van mijn lijf, kwam ik 's avonds dan ook op de mat tegen Sille. In die periode was de wedstrijdduur 10 minuten. Tot in de 8e minuut had de Turk nog geen punt tegen mij kunnen halen. De Duitse scheidsrechter liet zich toen van zijn slechtste kant zien door mij een (volkomen onterechte!) waarschuwing voor passiviteit te geven, waardoor Sille op een 1-0 voorsprong kwam. Doordat ik toen volledig m'n kop verloor en als een dolleman trachtte de Turk te overmeesteren, tippelde ik in een heupzwaai ,zodoende alsnog op touche verliezend. Waarmee maar weer eens bewezen werd dat de adrenaline ook wel eens de verkeerde kant kan opwerken. Maar ook daaruit heb ik weer een les getrokken!



Zwaargewicht Willem Verbon op Deense kermis

Een eigenlijk wel grappig voorval deed zich een keer voor nadat wij in Denemarken een clubontmoeting hadden geworsteld tegen "Alsia" uit Sonderborg. Alvorens op zondag de thuisreis te aanvaarden na de wedstrijd op zaterdagavond, ging het hele Haltergezelschap op zondag eerst nog naar de plaatselijke kermis in Sonderborg. Nou ja, u kent het: de bekende attracties worden dan door het gezelschap afgewerkt. Zo kwam de hele meute op een gegeven moment ook aan bij de "Boksbal-Attractie". Een kermisonderdeel waarbij men zo hard mogelijk (van bovenaf) op een soort boksbal moest slaan, in een poging (zoals bij de bekende Kop van Jut) een of ander attribuut zo hoog mogelijk langs een soort rail omhoog te slaan. Toen Willem Verbon (die ongelofelijk sterke zwaargewicht van De Halter) aan de beurt was, was het niet alleen het einde van de pret, maar meteen ook het einde van het apparaat van de kermisattractie! Met een welgemikte klap verwoestte Willem Verbon de "Boks-Attractie" volledig! Met dezelfde klap de man van zijn inkomsten van die dag berovend.



De scheidsrechter en het ultimatum

Een ander opmerkelijk voorval speelde zich af tijdens een groot Internationaal Tournooi (Grieks-Romeins) in Tsecho-Slowakije voor worstelaars tot en met 20 jaar.Hoewel ik op dat moment Trainer/Coach van De Halter was, ben ik met de selectie meegegaan als scheidsrechter. De organisatie had de deelnemende clubs min of meer verplicht tenminste 1 scheidsrechter aan de arbitrage toe te voegen. Dat hield in dat de coaching voor deze gelegenheid in handen was gegeven van Hennie Mantel. Die zichzelf als zodanig zelfs heeft overtroffen. Kortom, de coaching was bij hem in goede handen.Voor mijzelf was het natuurlijk extra spannend, vanwege het feit dat ook mijn zoon Ruud aan dit sterk bezette tournooi deelnam. Na in de eerste ronde van een sterke Tsjech te hebben gewonnen, moest hij in de tweede ronde op de mat komen tegen een nog sterkere Oost-Duitse tegenstander. Achteraf zeg ik dat het de beste vedergewicht was van het tournooi! Het toeval wilde dat ik op dat moment als scheidsrechter op de mat stond en de partij dus moest leiden. Kennelijk is het door niemand van de organisatie opgemerkt dat op dat moment een scheidsrechter met dezelfde naam op de mat stond als een van beide worstelaars.De partij was echter al een minuut op gang toen de jurytafel dit feit vaststelde. Op last van hen werd de partij onderbroken, waarna mij werd gesommeerd de leiding aan een andere scheidsrechter over te dragen. Omdat dat tegen alles indruiste waar ik in de sport voor sta, heb ik de organisatie recht op de man af gezegd dat ik weigerde om de leiding aan een ander over te dragen, omdat ik vond dat je een scheidsrechter nu eenmaal niet kunt vervangen als de partij al loopt.Aanvankelijk bleef men op de eis tot vervanging staan, doch nadat, na kort overleg met coach Hennie Mantel), het ultimatum van terugtrekking bij de organisatie op tafel was gelegd, besloot men de leiding van de partij in mijn handen te laten.

De Oost-Duitse worstelaar bleek voor Ruud inderdaad een formidabele tegenstander! Doch door zijn kracht en onvoorstelbare agressiviteit was hij echter een volwaardige tegenstander voor de DDR-worstelaar. Hoewel zij elkaar tot het alleruiterste dreven, slaagde Ruud er toch in zijn opponent een heupzwaai af te dwingen, waardoor hij op een 2 - 0 voorsprong kwam. Rond de achtste minuut werd duidelijk dat bij hem het beste er een beetje af was. Het initiatief werd dan ook steeds meer door zijn tegenstander overgenomen, hoewel dat voor de leek waarschijnlijk niet eens zo zichtbaar zal zijn geweest.Omdat ik als scheidsrechter altijd naar eer en geweten wil fluiten, stak ik de kleur van Ruud omhoog, ten teken dat ik hem wat passiever vond. Het volgens mij ongelofelijke gebeurde toen! Geen van de puntenrechters ging met mij mee! Waarom niet? Is nog steeds niet te begrijpen. Binnen een minuut annonceerde ik echter opnieuw voor een waarschuwing voor Ruud, gewoon omdat hij minder actief was! Nu ging men echter wel mee, waarna de stand op 2-1 voor mijn zoon kwam. Met alles wat er nog in hem was (ja, eigenlijk doorgaand op karakter!) wist hij de schijn van passiviteit verder te vermijden en met een 2-1 einduitslag de zege op de Oost-Duitser te behalen.

Dat hij op een verschrikkelijke manier zijn reserves heeft moeten aanspreken, bleek wel uit het feit dat hij even later (volkomen uitgeteld) op de bank in de kleedkamer lag. Samen met Coach Hennie Mantel hebben wij hem zover weten te krijgen dat hij weer klaar was voor de volgende partij.In de finale verloor hij overigens (nipt) op punten van een andere Tsjech, die tournooiwinnaar werd. Overigens van iets mindere klasse dan de Oost-Duitser. Ruud werd tweede en de DDR-worstelaar derde.




De Scheuring in 1954

Als één van de weinig overgebleven worstelaars uit die periode, lijkt het mij goed het verslag van deze periode nog completer te maken, hoewel het gevaar blijft bestaan dat zij die er toch iets anders over denken zich aangesproken voelen na zoveel jaren!

Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van De Halter was de scheuring in 1954. Als betrokkene bij deze gebeurtenis is mij altijd een gevoel van (plaatsvervangende) schaamte bijgebleven voor het gedrag van bestuursleden en sporters, waarvan ik dacht dat zij het sport- en verenigingshart op de juiste plaats hadden zitten!

Voor alles wil ik echter duidelijk maken aan de lezers van mijn website dat ik (zoals vele anderen) altijd bewust het stilzwijgen heb bewaard over dit ernstigste conflict in de historie van De Halter. Lang heb ik dus geaarzeld of het iets zou toevoegen aan de website als ik de gebeurtenissen rond het uiteenvallen van de club in 1954, aan het papier zou toevertrouwen. Na lang wikken en wegen ben ik tot de conclusie gekomen dat het toch niet juist is als alleen maar de positieve feiten van een club worden weergegeven. En juist omdat het een reeks van gebeurtenissen waren waar niemand trots op heeft kunnen zijn, mag het duidelijk zijn dat ik (uit respect voor de privacy van betrokkenen en het feit dat sommigen niet meer onder ons zijn) bij het weergeven van dit deel van de Haltergeschiedenis  de namen van de hoofdrolspelers in dit verenigingsdrama niet prijs zal geven.

Komend vanuit de bekrompen situatie op de Kaaszolder aan de Lange Nieuwstraat - waar de club alsmaar groeide, groter en sterker werd - kreeg zij op een zeker moment de beschikking over een ruimte aan de Bollenhofsestraat. De aannemer Stamhuis was bereid gebleken het pand aan de club te verhuren, onder de voorwaarde dat de complete verbouwing die noodzakelijk was (eigenlijk waren het vier muren met een dak erop!) geheel op kosten vam de club uitgevoerd zouden worden. Het blijft dan ook onbegrijpelijk, dat een club die als een man de schouders zette onder deze enorme klus, later door ernstige tweespalt uiteen kon vallen. Want afgezien van de financiele kosten welke met de verbouwing gepaard gingen, was de technische en fysieke uitvoering van de verbouwing voor De Halter geen enkel probleem. De club beschikte namelijk over eerste klas vakmensen op elk gebied! Stucadoors; electriciens; metselaars; timmerlieden; schilders, en ga zo maar door. Om het gebouw geschikt te maken als sportaccomodatie moesten er o.a. kleedkamers; douches; een bar/buffet en toiletten , maar ook nog nieuwe houten vloer komen. Kortom, een ongelofelijke klus, waarvoor veel leden hun vrije tijd opofferden.

Het uiteindelijke resultaat was dan ook een sportief onderkomen waar menige club jaloers op kon zijn. Men zegt wel eens dat het 'sterke benen zijn die de weelde kunnen dragen'! Met een sterk eerste team (en nog reserveteams daarachter), plus een bekwaam en voltallig bestuur, voelde iedereen zich opgestoten in de vaart der volkeren. Ook internationaal werd De Halter een gevreesde tegenstander, die het (als voorbeeld!) bestond liefst vijf vedergewichten te hebben welke nauwelijks voor elkaar onderdeden! Worstelaars die bij de club naar het tweede of zelfs derde plan werden gedrongen, zouden bij bijna elke andere club een hoofdrol vervuld hebben. In het kort kwam het erop neer dat de concurrentie bij De Halter moordend was; en de onderlinge rivaliteit bijna ongekend! Toch gaat het misschien te ver om dat als de belangrijkste oorzaak te zien van het ontstaan van twee rivaliserende groepen binnen de vereniging. Ernstige conflicten binnen het bestuur waren zo goed als zeker de oorzaak van de uiteindelijke breuk, in weerwil van diverse lijmpogingen van enkele goedwillende mensen.

Voor de goede orde (en een beter begrip) zij vermeldt dat de naam stond voor hetzelfde sigarenmerk. Het merk werd geproduceerd bij de Utrechtse Sigarenfabriek “Denova”. Een van de prominenten van De Halter was in die periode bij de fabriek werkzaam en had er een belangrijk aandeel in dat het bedrijf haar personeelskantine voor de thuiswedstrijden van de nieuwe club beschikbaar stelde.

Maar ook werden, kennelijk als voorbereiding op het werven van zovéél mogelijk aanhangers voor de nieuw op te richten club, vooral worstelaars van de 1e Team-Selectie door mensen bezocht om hun keus te maken voor de nieuw op te richten club. Al snel deden dan ook geruchten de ronde dat het ‘af te scheiden deel van De Halter’, een nieuwe Utrechtse Krachtsportvereniging op gingen richten onder de naam “De Staalkoning”. Achteraf gezien zou je je zelfs kunnen afvragen hoelang tevoren de eerste man van de rebellerende groep (tòch de man welke al jaren als de basistrainer voor de klas stond!) met deze plannen heeft rondgelopen. Kijkend naar de situatie in die periode, de absolute eerste technische man bij De Halter en bovendien ook nog Trainer/Coach bij de K.N.K.B., dan is het heel goed verklaarbaar dat bij de Basis-Trainer van De Halter ontevredenheid is ontstaan met de positie welke hij innam bij De Halter.

In mijn persoonlijke indrukken van het conflict tussen deze beide mannen, staat mij nog helder voor de geest de situatie waarin zij als kemphanen tegenover elkaar stonden. Hier werd alleen maar duidelijker dat zij niet bereid waren een duimbreed toe te geven. (Sterke karakters zijn niet altijd de garantie voor een oplossing!) Wat zich tussen deze mannen heeft afgespeeld is mij — en misschien ook vele anderen —  nooit helemaal duidelijk geworden. Om aan te geven wat deze scheuring sportief heeft betekend voor De Halter, mag blijken uit de onderstaande foto van de selectie van De Staalkoning in 1954. Zóveel prominente worstelaars van De Halter zijn overgegaan naar die nieuwe club, dat gerust gesproken mocht worden van een complete amputatie! In mijn herinnering leeft het eerste treffen tussen De Staalkoning en moedervereniging De Halter voort als één van haat en nijd, waarin zelfs familieleden tegenover elkaar kwamen te staan. Helaas zagen we toen het slechtste in de mensen boven komen!

De Halterleden in 1944De Staalkoning - selectie van 1954
V.l.n.r.: Wim Alflen, Wim de Rooy, Frits Ockhuysen, Joop van Beurden, Leo Piek, Henk Emo, Jo de Nijs, Henk Parmentier, Jos Kruys, Henk de Nijs Jr., N.N., Jan Midavaine en Tom van Oort.

Hoewel de club later werd opgeheven en een aantal van de leden terugkeerden naar hun vroegere vereniging (de kern bestond uit zowel vroegere Halterleden als van Olympia overgekomen jongens), heerste er gedurende het bestaan van “De Staalkoning” een sfeer van bittere vijandschap! De onderlinge wedstrijden hadden — en vooral in de beginperiode — bar weinig met sportiviteit te maken.

Ja, je zou zelfs kunnen zeggen dat het de levens van sommigen heeft veranderd, in die zin dat zelfs jarenlange relaties erdoor werden beïnvloedt of werden verbroken. De conclusie blijft dat een (ogenschijnlijk) hechte gemeenschap als die van De Halter verscheurd kon worden.

Sportieve plicht

Gedurende mijn gehele wedstrijdcarriëre zijn er vanzelfsprekend zaken welke een bepaalde impact hadden. Zonder in details te treden of namen te noemen waren er tenminste twee gebeurtenissen welke, sportief gezien indertijd niet door de beugel konden. Het eerste geval deed zich voor bij de Kampioenschappen van Nederland Vedergewicht (62 kg.) in Amersfoort. Één van mijn clubgenoten had een wel heel bijzondere band met een deelnemer van een andere vereniging. Gezegd moet worden dat genoemde deelnemer - evenals ik - tot één van de favorieten behoorde. Na vier winstparijen (waarvan ook op punten) trof ik in de ronde vóór de finale genoemde tegenstander. Na een spannend en fel gevecht eindigde de partij in onbeslist. De volgende partij tussen deze man en mijn clubgenoot (bekend om zijn zéér defensieve worstelstijl, die bovendien elke tegenstander op onbeslist kon houden als hij geen waarschuwing kreeg), eindigde binnen twee minuten met een touchéoverwinning voor de man waarbij ik met een onbeslist genoegen had moeten nemen! Door een iets ongunstiger puntengemiddelde ontging mij hiermee het Kampioenschap van Nederland in het Vedergewicht! Niet al je clubgenoten doen dus hun sportieve plicht.

Familiebanden

Het tweede geval vond plaats tijdens de Kampioenschappen van Nederland Lichtgewicht (67 kg.) in het Limburgse Venlo. Omdat ik al een poosje moeilijk aan de 62 kg. kon komen, had ik besloten de kampioenschappen een keer mee te doen in het lichtgewicht. Uiteraard hoefde ik daarvoor in het geheel niet af te trainen, omdat mijn natuurlijke gewicht in die tijd schommelde rond de 65 kg.

Na vijf partijen te hebben gewonnen trof ik in de finale een clubgenoot, toen al behorend tot de betere lichtgewichten van Nederland. Bij winst op hem zou de Lichtgewichttitel van Nederland dus nog wat extra glans hebben gekregen. De partij werd als scheidsrechter geleid door een aangetrouwd familielid van mijn opponent. Kennelijk toch beducht voor mijn agressieve aanpak, duwde mijn tegenstander mij aanhoudend van de mat, ervoor zorgend dat te doen op het moment dat ik met mijn rug naar de matrand was gekeerd. In die periode werd dat door de arbitrage als 'passiviteit' aangemerkt. Gevolg daarvan was dat mijn clubgenoot/tegenstander (omdat er door ons beiden geen enkel punt werd gescoord), tot winnaar op punten werd verklaard. Waarmee hij tevens Kampioen van Nederland Lichtgewicht werd in het betreffende jaar.

Woedend omdat ik het gevoel had er door beiden te zijn ingeluisd, voegde ik de scheidsrechter bij het verlaten van de mat een verwensing toe.

Enkele weken later ontving ik een brief van de tuchtcommisie van de K.N.K.B. waarin ik werd opgeroepen naar Arnhem te komen om voor die commisie te verschijnen. Voorgezeten door de Arnhemse heer Wansink werd ik door hen over de kwestie aan de tand gevoeld. Omdat ik er totaal niets voor voelde dat deze partijdige scheidsrechter twee keer aan het langste eind zou trekken, heb ik de aantijging categorisch ontkend.

Uiteraard was dit opnieuw een Nederlandse titel welke mij werd ontstolen!

Met opzet zijn namen en data in het bovenstaande niet vermeld, omdat het geenszins de bedoeling is mensen na zoveel jaren nog te confronteren met minder fraaie dingen uit het verleden. Maar soms moeten de minder fraaie dingen uit de sport óók verteld worden.

Met het relaas over deze donkere periode in het bestaan van De Halter, heb ik een tipje van de sluier over dit gebeuren op willen lichten. Want ook dit is "Halter-Geschiedenis!"