De Halter geschiedenis - De eerste jaren


Français  Deutsch  Deutsch  български  српски  Hrvatski  Dansk  Svenska  Türk  Suomi  Norsk  Italiano  English  English  русский  日本語  Polski  Slovenski  český  Român
 

(Bewerkt door Gerard Ram)
Kees Hooft - jong Kees Hooft - Oud Een terugblik van Kees Hooft

Toen ik enige weken geleden via zijn website in aanraking kwam met Gerard Ram, heb ik niet kunnen dromen dat ik weer zo vaak met mijn gedachten bij mijn oude (maar ó zo vitale!) worstelclub De Halter zou zijn.
Alle achting Gerard, een mooi stukje werk die site van jou!

Ineens besefte ik weer hoe waardevol oude foto's zijn als herinnering! Als ik die oude groepsfoto bekijk uit het jaar 1944, het laatste jaar van de tweede Wereldoorlog, met al die mensen die, ieder op zijn eigen wijze, hebben bijgedragen om De Halter te maken tot wat het nu is. Ja, dan ben ik er op mijn hoge leeftijd (tachtig plus) trots op dat óók ik erbij was! Want zonder overdrijving kan toch gezegd worden dat De Halter tot de beste verenigingen van Nederland behoort. Een topclub! Ik ben van 1921 en heb meegeholpen met de verbouwingen van de veelbesproken “Kaaszolder”. Pas daarna ben ik lid geworden en na amper een jaar ook al bestuurder. Daarmee ben ik ik dus één van de weinigen die nog iets kunnen vertellen over De Halter van vóór en tijdens de oorlog, tot en met 1948. Daarna verhuisde ik naar Eindhoven. Overigens is de uitdrukking “De Kaaszolder”, die ik de laatste tijd een paar keer tegenkwam, de aanleiding waarom ik dit verhaal begonnen ben. Mensen die deze uitdrukking gebruikten deden dat soms in kleinerende zin. Natuurlijk ben ik het daarmee niet eens, want men schopt mij daarmee wel tegen de schenen. Over 'die Kaaszolder' werd ook geschreven in de geest van: "Niet meer te gebruiken, veel te oud, te klein, moeilijk bereikbaar en past niet meer in deze tijd.” Wel, als de schrijvers bedoelden dat het tijd werd om de zolder te vervangen door iets nieuws, dan ben ik het daarmee volmondig eens. Maar dan wel met een beetje meer respect voor wat de zolder voor De Halter is geweest!!! Namelijk…, een waardevol clublokaal waarin duizenden uren is geoefend. Waarin misschien wel honderden talenten zijn opgeleid en wat evenzovele sterren heeft opgeleverd.  Deze kritische mensen maakten dus een grote denkfout door dit allemaal te vergeten. Ook vergeten zij dan gemakshalve dat De Halter in 1937 met 5 á 6 leden, nauwelijks nog bestond! Getraind werd er in een klein rokerig zaaltje achter een café. Kleed- of wasgelegenheid was er vrijwel niet.
En de kastelein wilde graag dat er ook nog wat werd verteerd. Logisch als je bedenkt dat er maar heel weinig huur werd betaald voor het zaaltje, en de kastelein moest toch ook leven. Niet voor niets was het midden in de crisis-jaren dertig! Ja, nu dus al meer dan zeventig jaar geleden! Een heel andere tijd dus.

Crisis de jaren dertig

Maar al te goed weet ik hoe de toestand in 1937 bij de “Wedergeboorte” van De Halter was. In de eerste plaats dus de crisis, met een werkloosheid en een armoede die zijn weerga niet kende! Die crisistijd is dan ook totaal niet te vergelijken met de huidige tijd. Een tegenwoordige tijd waarin duizenden verenigingen en instellingen, soms voor de meest onbenullige dingen subsidie kregen, soms al jaren lang! Bijvoorbeeld voor zwemles aan vrouwen die niet tegelijk met mannen in een bad mogen zwemmen. Of voor cursussen figuurzagen, en dergelijke.

Vergelijk dat maar eens met wat er met de jonge werklozen gebeurde in dié tijd. Om te beginnen was er natuurlijk bijna geen werk en de overheid had ook geen geld meer. De uitkeringspotten van de vakbonden en de gemeenten waren al lang leeg. Jongeren van 20 tot 22 jaar kregen een uitkering van slechts 25 procent!

Jongeren onder de 20 jaar kregen zelfs helemaal geen uitkering, geen enkele cent! Deze jongeren kwamen geheel ten laste van hun ouders. En die hadden het zelf al zo moeilijk! En het bleef maar voortduren. Die in 1929 begonnen crisis werd daarmee een wereldwijd drama! Velen liepen soms jarenlang zonder werk en zonder geld en waren voor voedsel aangewezen op de “Gaarkeukens”. Pas in 1937 begon het langzaamaan een ietsje beter te gaan.

In die crisitijd werd er door de mannen ook nog veel gedronken. Want veel mannen zagen het door alle ellende vaak niet meer zitten en zochten troost in de drank.

Mijn moeder was voor die tijd, met haar gezin van zes kinderen, een vooruitstrevende vrouw. Zij zag het verdriet en de vechtpartijen van andere moeders en hun kinderen, wanneer vader weer eens dronken thuiskwam en het kleine beetje geld had verzopen, wat hij maar net als uitkering had gekregen.En moeders kunnen vechten als het om hun kinderen gaat! Mijn moeder was dan ook lid van "De Blauwe Knoop”. Voor degenen die dat niet meer weten: Een vereniging tegen overmatig gebruik van drank en andere genotsmiddelen (bijvoorbeeld: roken). Zij was een warm voorstandster van sporten, maar dan niet in die zaaltjes achter een café. Ze was weliswaar klein, maar ze had veel invloed op haar grote sterke zonen, en hun vrienden! Ongetwijfeld zal dat één van de redenen zijn geweest dat Willem Hooft (u weet wel, geen familie van ons!) met mijn broers en enkele andere sporters, op zoek gingen naar een betere oefenruimte. Willem Hooft zat in de boter en kaas business, en hij vond een goede plek boven een kaaspakhuis.
Dat bleek een gouden vondst! Zij huurden de zolder en het werd voor De Halter een echte broedplaats van talloze talenten! De andere sporters en mijn broers zaten in die beroerde tijd vaak “Zonder!” Dat betekende dat zij geen werk en dus ook geen geld hadden. Maar werken konden zij wel! In de kortst mogelijke tijd werd het kaaspakhuis leeggehaald, hier en daar verbouwd, er werd geschilderd en gestucadoord, ramen werden er ingezet en een W.C. verbouwd. Er werden banken getimmerd en een betere trap gemaakt. Ja, zelfs het smalle toegangspoortje werd aangepast en opgeknapt. Achteraf gezien is het natuurlijk onvoorstelbaar hoe die gasten, met zó weinig geld, dat voor elkaar hebben gekregen! Uiteraard vroeg ik daar wel eens naar,  maar dan kreeg je steevast als antwoord: “Ach jochie (ik was toen maar net 17 jaar!), we schooiden veel, hier een bietsie verf , daar een paar plankies, en je 'vindt' ook wel eens wat! Ja toch?”  Het is vrijwel zeker dat Willem Hooft en zijn broers (die ook lid waren geworden) met geld hebben geholpen.

Het wonderlijke van alles was echter, dat er al mensen kwamen helpen die nog niet eens lid waren! Eigenlijk groeide de club al voordat er gesport kon worden. Mijn broer Bertus, die niets voor worstelen voelde, kwam ook helpen bij het maken van een worstelmat. Hij vertelde daarover: "Ze hadden op diverse plaatsen wat dekzeilen losgepeuterd. Die werden op maat gesneden en met de hand gezoomd. Vervolgens gestikt tot een paar grote zakken. Daarna werden ze gevuld met hooi en flink aangestampt. Na het dichtstikken werden er een flink aantal noppen ingestikt. Elders waren zij ook flink “gematst” doordat zij voor een “mats prijssie” een flink dekzeil konden kopen. Met een paar man hebben zij dat op een binnenplaats grondig schoongemaakt. Dat werd dus de dekzeilovertek voor de worstelmat.

Bertus, die meer een ambtenaar was, zei: “Ik heb er met plezier aan meegewerkt! Wat mij opviel was dat het allemaal zo amicaal ging. Er werd veel gelachen, en toen de mat klaar was werd er massaal over de mat gebuiteld en gerold. Alsof het kinderen waren! Maar het was pure blijdschap, omdat ze het toch maar voor elkaar hadden gekregen! Zonder een cent subsidie, helemaal op eigen kracht!”



Oorlogstijd en Hongerwinter

We zijn toen ook begonnen met de opleiding van de jongere jeugd op zaterdagmiddag. Een ongelofelijke toeloop; binnen de korste keren moesten we al een ledenstop invoeren. Ook van de ouders en de eigen leden kregen we alle mogelijke medewerking. We zijn toen zelfs begonnen met het opleiden van jeugdscheidsrechters en juryleden voor de onderlinge thuiswedstrijdjes.

De Halterleden in 1944Kijk nog maar eens naar de groepsfoto uit 1943–’44! Zo’n dertig van die knapen, zittend op de grond.
Gymschoentjes waren al lang niet meer te koop! Maakt niet uit! Dan maar op blote voeten. Heel leuk was dat, als iedereen zo meeleeft!

In de laatste anderhalf jaar van de oorlog verzorgde ik ook een mededelingenblad van de Halter. Iedere maand verzonden wij per post een A-viertje aan alle leden en Donateurs die daarvoor belangstelling hadden. Toen bedroegen de portikosten nog 1½ cent voor drukwerk. Op het laatst waren dat er 160. Eén blaadje per gezin en zonder enveloppe. Het gevolg was wel dat het aantal leden sterk steeg, maar ook het aantal donateurs. De Halter groeide tegen de verdrukking in!

Rij met werkloze mannen Werkloze mannen in de rij voor voedselbonnen.

Totdat het offensief van “De Slag om Arnhem” begon. Toen dat echter mislukte was er de treurige nasleep: “De Hongerwinter!” In korte tijd vielen alle activiteiten stil. De mensen hadden nu wel wat anders aan hun hoofd dan sport. Ja, toen werd het echt een kwestie van proberen te overleven!

Na de bevrijding kwam alles weer langzaam op gang. Ook kwam er uit de omgeving van Utrecht weer belangstelling voor de “Kleine Competitie”, die dan ook weer op gang kwam. In het hierna volgende verhaal blijkt, uit de correspondentie welke ik met de Bond voerde over het starten van een landelijke competitie, dat De Halter inmiddels  (vanaf de Bevrijding tot mei 1946) alweer 12 wedstrijden had gespeeld! Dat maakte vooral veel indruk op de verenigingen! Dit deel van het verhaal gaat dan ook voornamelijk over de activiteiten van De Halter om tot het invoeren van een landelijke competitie te komen.De Halter had dus goede ervaringen opgedaan met de “Kleine Competitie” en vond het een vanzelfsprekend idee om dat ook landelijk ingevoerd te krijgen.  Ons bestuur belastte mij met de opdracht om daar belangstelling voor op te wekken bij de andere clubs. Zo zond ik aan de belangrijkste clubs zo'n twintigtal brieven toe (zeg maar: promotiemateriaal). Dat kostte veel tijd en A-viertjes, maar het was voor een goed doel! Geleidelijk aan ondervonden we veel begrip voor onze denkbeelden, en met name van de heer van Deutekom uit Arnhem. Dat was de toenmalige secretaris van de Nederlandse Krachtsportbond. Hij organiseerde toen een bijeenkomst in Arnhem, waarvoor alle belangstellenden waren uitgenodigd. Dhr. van Deutekom verzocht daarbij De Halter met een voorstel te komen voor de Algemene Jaarvergadering van de Bond. De Halter heeft dat gedaan, waarna daaruit een definitief “Competieplan” van de Bond is gerold. Het resultaat was dat er een landelijke kompetitie is gestart, die heden ten dage nog steeds bestaat.

Persoonlijke beleving

Persoonlijk heb ik het gevoel in die tijd toch wel veel goeds te hebben gedaan voor mijn vereniging. Hoofdzakelijk op bestuurlijk en organisatorisch vlak natuurlijk, wat zich helaas vaak buiten het gezichtsveld van de overige leden afspeelde. Desalniettemin heb ik dat alleen kunnen doen dankzij de medewerking van mensen als Henk Hooft en Harry Lit. Want die waren in de praktijk toch de eigenlijke bestuurders van De Halter. Zo was Henk voor mij de onuitputtelijke vraagbaak en stimulator, die iedereen in het land kende bij naam en voornaam! Samen gingen we dan ook vaak naar vergaderingen en bijeenkomsten. Daarbij was Harry Lit toch de man die steeds weer in staat bleek om moeilijke financiële problemen op te lossen, die De Halter vooral in het begin veel had. Voor dergelijke mensen had ik veel achting! Die niet praten, maar doen! Natuurlijk heb ik ook mensen gekend, met een vlotte babbel en die veel beloofden te doen, maar in de praktijk van alle dag soms bitter tegenvielen. Maar goed, dat kom je in elke vereniging tegen, denk ik. Voor mijzelf heb ik het gevoel dat één van de belangrijkste voorzitters uit die tijd Willem Hooft is geweest. (Zoals u weet: geen familie van de u bekende familie Hooft) En echt niet alleen omdat hij de club zo vaak financieel steunde, in die moeilijke periode van de herstart van de club. Hij was er gewoon altijd als de club hem nodig had! Laatst noemde jij (Gerard Ram) de naam van Ummels. Hij was weliswaar geen bestuurder, maar toch een man waar je veel aan had. Ook voor het bestuur was hij belangrijk, want hij kwam overal en sprak met iedereen. Een man die overal mee wilde helpen.Vaak heb ik met hem gesproken over kleine moeilijkheden en eventuele mogelijkheden. De gedachten daarover verspreidde hij dan op een positieve manier onder de leden, wat vaak tot bepaalde resultaten leidde. Ja, ik mocht Ummels graag!

Gerard, je hebt met je website veel oude en dierbare herinneringen bij mij opgeroepen! Daarvan verslag te doen, heb ik met heel veel plezier gedaan. Niemand weet het, maar op diezelfde Kaaszolder hebben we verscheidene malen — als onderduikers — soms met 7 of 8 man geslapen? Als we hadden gehoord dat er weer razzia's aan de gang waren? Dan moesten zelfs de fietsen mee naar boven, weg uit de poort dus. Henk de Nijs Sr. is toen bij één van die razzia's wel opgepakt. Na de slag om Arnhem heeft hij toen tankgrachten moeten graven aan de Duitse grens.

Hieronder het schrijven van Juni 1946 aan de verschillende belanghebbenden met het ontwerp-voorstel te komen tot een landelijke worstelkompetitie in Nederland.

Clubnaam Plaats Naam Plaats
Achilles Tiel T. van Deutekom Arnhem
S.D.V. Culemborg W. Leloux Amsterdam
De Halter Utrecht W. Eckhardt Amsterdam
Olympia Utrecht A.G. Toonen Culemborg
Achilles Arnhem P. Salari Deventer
K.D.O. Deventer A. van Rekum Arnhem
Hercules Deventer C. Hooft Arnhem
K.D.O. Hengelo

Rigtersbleek Enschede

K.D.O. Groningen

Sportmakkers,
Naar aanleiding van de besluiten, die werden genomen op de gecombineerde vergadering van 15 juni 1946 te Arnhem, doe ik u hierbij een Ontwerp Competitie Reglement toekomen. De bedoeling van het reglement is een gemiddelde te zijn van de vele wensen en verlangens, die door de diverse vertegenwoordigers tijdens bovengenoemde vergadering ter tafel zijn gebracht. Uiteraard kan zelfs een definitief reglement, aan onze competitie van dit jaar geen feilloze werking verzekeren, omdat ons daartoe de nodige ervaring op dit terrein ontbreekt. Wij ons ook niet aan andere bestaande stelsels kunnen spiegelen, omdat onze sport zo geheel eigen eisen stelt. En tenslotte de financiële zijde van de zaak alles overheerst en ons tot vele beperkingen dwingt. Toch geloven wij, dat het ons aan de hand van de hieronder volgende bepalingen mogelijk zal zijn om onze competitie tot een succesvol einde te brengen. Ons geloof hierin is des te vaster, omdat wij allen van het besef zijn doordrongen, op dit gebied van de krachtsport pioniers te zijn. Die bezield zijn van het verlangen om voor de overige sportmakkers een voorbeeld te zijn in het streven om aan de krachtsport de plaats te geven die haar toekomt. De bedoeling van dit ontwerp is dan ook, dat de diverse verenigingsbesturen het bestuderen en hierover hun oordeel geven. In verband met het tijdig bespreken van geschikte lokaliteiten en het snel naderen van de aanvangsdatum, worden de besturen, en in het bijzonder de personen in het hoofd van dit schrijven genoemd, verzocht om binnen twee weken na ontvangst van dit schrijven hun oordeel - plus eventuele bezwaren en/of wensen - toe te zenden aan de opsteller hiervan. Hierna wordt, na bespreking van deze opmerkingen in een vergadering van de Competitie Commissie,overgegaan tot de opstelling van het definitieve reglement, dat ter ondertekening aan de verenigingen zal worden toegezonden en tevens aan de Technische Raad ter goedkeuring zal worden aangeboden. Deze ondertekening geldt eerst als deelname, vóór die tijd hebben de verenigingen geen verplichtingen. Zoals u ziet vraagt deze voorbereiding veel tijd, waardoor spoed in alles is geboden.


ONTWERP COMPETITIE REGLEMENT

De Competitie draagt de naam: Verenigingscompetitie Oost-Nederland (Worstelen)

  1. De deelnemers aan de Competitie 1946/1947 zijn: Invulling der verenigingsnamen na ondertekening
  2. De wedstrijden vinden plaats volgens de reglementen der Nederlandse Kracht Sport Bond, aangevuld door de bepalingen die hieronder zijn aangegeven en nodig voor de uitvoering van de competitie
  3. De Competitie vangt aan op 1 September 1946
  4. De Competitie omvat 2 Klassen, namelijk A. en B.
        De A-Klasse omvat: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  invulling na ondertekening
        De B-Klasse omvat: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  invulling na ondertekening
        De B-Klasse bestaat uit: 2 Afdelingen
       -- Afdeling I bestaat uit:  . . . . . . . . . . . . . . . . . .   invulling na ondertekening
       -- Afdeling II bestaat uit: . . . . . . . . . . . . . . . . . .   invulling na ondertekening
  5. Voor de verenigingen die met een A. en B. ploeg uitkomen, is het niet toegestaan om in de B.-Ploeg 1e Klassers op te stellen.
  6. De deelnemende verenigingen geven voor het begin der competitie aan de Competitieleider de ploegen op die voor hen in de afdelingen zullen uitkomen, plus voor iedere ploeg een reserveploeg. Deze opgave is voor de duur van de competitie bindend en kan slechts in bijzondere gevallen - na goedkeuring van de Competitie Commissie - worden gewijzigd.

Voorafgaand aan dit definitieve competitieplan, volgt hier het artikel waarin De Halter-Utrecht breedvoerig uiteenzet hoe er in deze vereniging gedacht werd over een Worstelcompetie in relatie tot de tot dan, uitsluitend, gehouden Open Wedstrijden. Velen zullen heden ten dage niet beseffen dat er tot 1945 geen enkele sprake was van worstelen in ploegverband. Op het gevaar af dat men ons  “op-de-borst-klopperij” verwijt, kan ik - Kees Hooft -  niet anders zeggen dan dat onze club, De Halter-Utrecht, het plan heeft ontwikkeld om tot een Nationale Worstelkompetie te komen.

Worstelen individueel of in ploegverband?

Onder deze titel verscheen in het nummer van 15 October 1945 van het weekblad “De Sportwereld” een artikel, waarin door ons uiteen werd gezet welke opvatting “De Halter-Utrecht” over deze kwestie koestert. Onder andere werd hierin besproken het verschil in betekenis voor deelnemers en verenigingen van de in de aanhef genoemde wedstrijden . In een korte berekening is aangetoond dat voor het afwerken van een zogenaamde “wedstrijd met open inschrijving”  beduidend meer tijd benodigd was dan voor het afwerken van een normale verenigingsontmoeting.
Tenslotte werd besproken het verschil in betekenis van beide soorten wedstrijden voor het publiek. Aan het einde van het artikel kwamen wij derhalve tot de conclusie dat een “Verenigingswedstrijd” veruit de voorkeur geniet boven de “Open Wedstrijd”, met individuele deelname. Naar aanleiding van dit artikel werden ons van verschillende zijden op- en aanmerkimngen toegezonden, of op andere wijze ter kennis gebracht.Deze waren, hetzij positief of negatief, alle van harte welkom, omdat hieruit bleek dat ook anderen hierover ernstig hadden nagedacht.
Wat betreft deze opmerkingen, eenieder was het er, zonder uitzondering, over eens dat "verenigingswedstrijden” verre te verkiezen zijn boven de “open wedstrijden” , zowel uit een oogpunt van publieke belangstelling alswel de morele betekenis voor de deelnemers. Men is het er in brede kring over eens dat het systeem van verenigingswedstrijden - en in het bijzonder het worstelen in competitieverband -  verandering zou kunnen brengen  in de positie  van de worstelsport waarin zij nu al tientallen jaren in Nederland verkeert! Dat wil zeggen: “door het overgrote deel van het publiek beschouwd te worden als een sport die alleen geschikt is voor kermisgasten en beoefend op pakhuiszoldertjes, inplaats van een waardiger aanzien te krijgen door de sport te beoefenen in  geschikte en behoorlijk geoutileerde lokaliteiten.” Allen waren het erover eens dat in deze toestand zo snel mogelijk verandering moet worden gebracht.  Alleen over de mogelijkheden hoe dit zou moeten bereikt, lopen de meningen uiteen. In grote lijn komen de verenigingen tot de volgende opvatting:


Voor een vlotte uitvoering van een competitiesysteem, is het wenselijk dat elke deelnemende vereniging altijd over een geschikte en voor het publiek voldoende plaats biedende — lokaliteit beschikt. (Wat dit laatste betreft: aan deze voorwaarde voldoet op dit moment nog geen enkele vereniging in Nederland.)

  • Willen we dus toch een dergelijke competitie doorvoeren, dan zullen we gebruik moeten van de lokaliteiten zoals deze in de diverse plaatsen beschikbaar zijn.
  • Dit heeft echter het grote nadeel dat hierdoor de inkomsten van dergelijke wedstrijden aan anderen toevallen dan aan de organiserende vereniging. Om daarvan een voorbeeld te geven: “De Halter-Utrecht” heeft sinds de Bevrijding 9 verenigingswedstrijden gehouden, die allen zeer druk werden bezocht. Zou het mogelijk zijn geweest deze wedstrijden in een eigen lokaliteit te houden dan zou de kas hierdoor een X-aantal Guldens rijker zijn geweest, met andere woorden een X-aantal Guldens per wedstrijd. Met dit voorbeeld hopen wij te hebben aangetoond dat, ook uit financieel oogpunt, “verenigingswedstrijden” veruit te verkiezen zijn boven de “open wedstrijden”. Bij laatst genoemde soort wedstrijden moest er in Utrecht altijd geld bij!
  • Toch wordt het nodig geacht, ondanks de nadelen die er misschien ook aan kleven, een competitiestelsel te ontwerpen. De achterliggende gedachte is de verenigingen tot zodanige bloei te brengen, en het aantal betrokkenen zozeer te vergroten (dus ook het aanzien van de worstelsport in de betrokken plaats), dat daardoor de verenigingen in staat worden gesteld het risico van het regelmatig huren van een lokaliteit op zich te nemen. Op het gevaar af dat het lijkt alsof het “Halter-Reclame” is, zullen we opnieuw een voorbeeld geven, dat naar wij hopen de juistheid van deze redenering aantoont.
  • Op het tijdstip van de Bevrijding telde onze vereniging ongeveer 60 werkende leden en ongeveer 70 donateurs. Op 20 December jongstleden — na het houden van 9 verenigingswedstrijden in 6 maanden tijd — telde de Halter ongeveer 110 leden en ruim 200 donateurs!!! (Let vooral op de stijging van het aantal donateurs!)
  • Onze vereniging bestaat in Mei 1946 vijfentwintig jaar. In 24 jaar had zij het, mede dankzij een verouderd wedstrijdsysteem nooit verder gebracht dan de eerstgenoemde aantallen en een oefengelegenheid op de zolder van een kaaspakhuis. Slechts een half jaar van verenigingswedstrijden gaf het beeld te zien van de laatstgenoemde aantallen, plus een 'iets' betere naam van onze sport in de stad Utrecht. Een groot aantal competitiewedstrijden zal in het begin niet mogelijk zijn, gezien de moeilijkheid bij het verkrijgen van zalen. Toch leert de praktijk ons dat er zeker één keer per maand wel over een behoorlijke lokaliteit kan worden beschikt. Dit betekent dan dat hierdoor, rekening houdend met uit- en thuiswedstrijden, gemiddeld iedere veertien dagen een wedstrijd kan plaatsvinden. Dat wil zeggen, per seizoen van acht maanden, 16 wedstrijden. Een gunstige factor is dat dit aantal niet persé zo groot hoeft te zijn. Omdat bij een Klasse-indeling het aantal verenigingen per klasse niet zo groot zal zijn dat hierdoor 16 wedstrijden voor het afwerken van de competitie nodig zal zijn. Bovendien moet gelegenheid worden gegeven voor het houden van wedstrijden van een ander karakter. Hiermee worden bedoeld de bijzondere districtsontmoetingen in ploegverband, stedenontmoetingen, het verenigingskampioenschap van Nederland, maar ook individuele Kampioenschappen van Nederland, of districten. Speciaal deze wedstrijden kunnen een enorme brok propaganda zijn voor de worstelsport, doordat ze groter zijn de andere.
  • Uiteraard heeft zo'n systeem nogal wat haken en ogen, zoals de klasse-indelingen; het promotiesysteem, enz. enz. Deze moeilijkheden zijn natuurlijk goed oplosbaar, vooral als de mensen die met de oplossing hiervan zijn belast, zich van het slagen hiervan bewust te zijn.

Eindconclusie

Ons oordeel hierover is inmiddels dat alleen een dergelijk stelsel de worstelsport de plaats kan geven welke haar krachtens haar schoonheid en nut toekomt.Want de overlevering toont aan dat zij die plaats ooit heeft ingenomen. Uit een gedicht van de Griekse dichter Homerus blijkt namelijk dat reeds 3000 jaar voor het begin van onze jaartelling het worstelen beoefend werd en toen een plaats innam zoals in onze tijd het voetballen. Levensvatbaarheid heeft het worstelen dus kennelijk genoeg en ook de verdere bloei is voor haar mogelijk, zoals uit het bovenstaande blijkt. Het is alleen te wijten aan de tegenwoordige beoefenaren, dat zij momenteel niet een betere plaats inneemt. Aan mooie woorden heeft het nooit ontbroken. Iedere wedstrijd wordt steevast geopend met de woorden: ❝Wij hopen dat ook deze wedstrijd ertoe moge bijdragen dat onze mooie worstelsport de plaats moge krijgen die haar toekomt.❞ Woorden zijn echter niet voldoende, daden doen veel meer!

Wij zijn ons er terdege van bewust dat het invoeren van een dergelijk systeem een radicale verandering teweeg zal brengen in het kalme, en veel te rustige worstelleven van de laatste tientallen jaren.  Maar omdat wij in een radicale tijd leven, wordt veel op het ogenblik ook radicaal veranderd, omdat het ondeugdelijk bleek en in nieuwe vormen moet worden gegoten. Wat dat aangaat mogen wij zelfs niet achterblijven!


De Halter tijdens de Oorlogsjaren

Henk_Hooft Harry_Lit Kees_HooftHet Driemanschap uit de jaren '40
V.l.n.r. Henk Hooft-Harry Lit-Kees Hooft

Het bestuur van De Halter bestond tijdens die woelige oorlogsjaren eigenlijk alleen uit Henk Hooft, Harry Lit en Kees Hooft. Er waren nog wel enkele andere mensen, maar die deden niet veel als bestuurders. Het samenscholingsverbod maakte veel mensen toch wel angstig in die tijd en maakte ook het vergaderen vrijwel onmogelijk. Wij kunnen die mensen dan ook geen verwijten maken. Maar in de praktijk kwam het er dus op neer dat het bestuur in de jaren '40 bestond uit het genoemde DRIEMANSCHAP, zoals hierboven genoemd. Wel waren er altijd wel vrijwilligers genoeg om te helpen. Zo gingen de trainingen na verloop van tijd weer aardig lopen en werd het steeds drukker, waarschijnlijk mede door het feit dat ons trainingslokaal nogal uit het zicht lag en wij, naar buiten, geen herrie maakten.

Vanaf 1942 kwam echter het verlangen om naast sporadische open wedstrijden, ook te beginnen met eigen competitiewedstrijden. Die waren er toen nog niet in de Nederlandse Bond. Maar wij vroegen ons wel af of het niet mogelijk zou zijn om in klein verband wedstrijden te houden met de omliggende gemeenten. Dit in verband met de reismoeilijkheden, waardoor enkele verenigingen niet mee konden doen.

Met een aantal verenigingen, waartoe natuurlijk ook Olympia-Utrecht behoorde, hebben we heel plezierig gewerkt in deze “Kleine Competitie”. Wij hielden onze thuiswedstrijden in ons eigen clublokaal op Zondagmiddag van 14:00 uur tot 16:00 uur. Het kon soms lekker druk zijn en heel leuk met al die mensen. En vooral voor Harry Lit…! Waarom vooral Harry Lit? Ik (Kees Hooft) heb met hem altijd fijn kunnen samenwerken. Harry was een reuze vent, als clubgenoot en een kei als Penningmeester! Zuinig op de centen, maar ook vaak, vindingrijk met oplossingen om nog iets voor De Halter te verdienen. Toen het steeds drukker werd bij die wedstrijden in het clublokaal, kwam Harry al vlug met het idee de bezoekers wat te laten betalen. Hij stond dan bij de ingang, boven aan de trap, met een busje en vroeg de mensen een kleine bijdrage. Volwassenen een dubbeltje en kinderen 5 cent. Dat deed hij meestal samen met Ruuf van Amerongen en dat was een mooi stel, dat heel wat binnenhaalde voor de club.

Toen de wedstrijden een beetje bekend waren geworden, kon het erg druk zijn daar in die Kaaszolder. Soms vroegen we aan die bezoekers, waarvan de favorieten al hadden geworsteld, of ze plaats wilden maken voor mensen die er nog niet in konden. Veelal was men bereid om mee te werken! Maar… wij kregen al vlug bezoek van een ambtenaar van de Gemeente. Die kwam ons vertellen dat wij die wedstrijden moesten aanvragen bij de  Gemeente en dat wij kaartjes moesten verkopen en daarvan geld moesten afdragen. De Gemeente moest dan bij de ORDNUNGSPOLIZEI een ontheffing aanvragen van het samenscholingsverbod en meer van dergelijke dingen!  Wij voelden daar natuurlijk helemaal niets voor, maar wat dan wel? En toen kwam HARRY met zijn vondsten…! Hij zei: “Het zijn helemaal geen wedstrijden! Het zijn gezamelijke trainingen met onze sporters uit naburige gemeenten. Die zitten allemaal erg moeilijk met trainingsgelegenheden en hebben vervoersproblemen. Het hele sportgebeuren in Nederland is weggevallen  en dat is dodelijk voor onze clubs. Nu komen deze worstelaars desnoods op de fiets naar ons toe en zo proberen wij toch aan de gang te blijven. Met de hoop op betere tijden…  Men komt dus niet met wedstrijdteams, maar soms met 5 man en dan weer eens met 10. Dan komen er ook weleens wat clubgenoten mee die dat leuk vinden. “Maar het zijn GEEN wedstrijden…! Welnee…!”

Henk en ik vonden dat een prachtverhaal en we besloten met z'n drieën naar de Gemeenteambtenaar te gaan. We troffen een man die ons goed gezind was. Zijn baas keek weliswaar bedenkelijk, maar was ons eveneens goed gezind en hij zei dat hij het wilde proberen. Vooral het verhaal van Harry dat de jongens zelfs vanuit Tiel en Culemborg op de fiets naar ons toe kwamen, maakte veel indruk. Maar hij zei: “Het moest beslist kleinschalig blijven en vooral geen drukte naar buiten geven!” Wij beloofden dat natuurlijk plechtig en het is tot  aan de Slag bij Arnhem heel goed gegaan. Wij hebben zeker wel 15 van deze ‘Trainingsbijeenkomsten’ gehouden. En zo verdiende Harry Lit met deze ‘Trainingsbijdrage’ nog aardig wat geld voor de club. Het was vooral goed om op deze wijze De Halter “levend” te houden. Juist voor de aanhang, zodat wij, direct na de oorlog, weer aan de slag konden. Kijk maar eens die groepsfoto van eind 1943 met zo'n dertig pupillen en nog heel wat ouderen. Met als resultaat det De Halter jarenlang de beste club van Nederland werd. En daarop waren Harry, Henk en Kees heel erg trots…!

Na de Bevrijding zijn wij nog enige tijd met deze ‘Bijeenkomsten’ doorgegaan. Na het instellen van de Nederlandse Competitie kwamen er officiële wedstrijden.

C. G. “Kees” Hooft
Oud-Voorzitter
De Halter
* * * * * * *

Enige tijd nadat Kees Hooft bovenstaande tekst heeft geschreven liet hij weten dat zijn dochter in China ook een bijdrage voor deze website had.


Hoewel er voor de rubriek “Haltergeschiedenis” niet echt een ‘wordt vervolgd’ was gepland, is er uit onverwachtte bron opnieuw interessant materiaal beschikbaar gekomen. Vergezeld van diverse foto's uit hun tijd (helaas zijn het slechts krantenfoto's) leest u over hun leven in of met de worstelsport. Aan bod komen onder andere Jo de Nijs, Henk de Nijs en Utrechtsch Nieuwsblad‑verslaggever Hans van de Kamp.
Uiteraard zijn alle beschreven gebeurtenissen gezien door de ogen van de betrokkenen, wat betekent dat de verhalen wel authentiek zijn, maar enigzins kunnen afwijken van die door anderen verteld; ook heeft niet iedereen een even goed geheugen voor data en plaatsen.

(Noot van de auteur; Gerard Ram.)